Verslag VIII
1 november 2000
-Howie gaat uit logeren,
drijft zijn pleegouders af en toe tot wanhoop maar zorgt ook voor veel
plezier-
Natuurlijk voelde Howie dat er iets ging gebeuren,
al dat heen en weer gesleep met koffers, hij hield ons constant in de
gaten.
Vriendin Jacqueline kwam, Howie was zoals altijd dolblij haar te zien en
wij vertrokken zonder te veel ophef.
Wat gek om in de auto te stappen zonder hondje dat snuift, zijn natte
neus tegen het raam drukt, drie maal omdraait en tenslotte met een zucht
gaat liggen.
Toen we in ons huisje met het idyllische uitzicht
waren gearriveerd hebben we eerst de vier polaroids die we de avond
ervoor van Howie hadden genomen opgehangen. In ieder geval om
“goedemorgen” en “welterusten” te wensen. Dan pas besef je hoe
een dag om hem heen opgebouwd is, rekening houdend met maaltijden,
uitlaten en oefenen.
We misten Howie, vooral de eerste dagen, maar ook was het heerlijk om te
kunnen winkelen, een marktje te bezoeken en te wandelen zonder hijgend
en trekkend hondje aan de lijn.
Af en toe, als het héél stil was besloot Bas iets te doen aan het
gemis.
Hij slaakte dan, net als Howie, een demonstratieve zucht van
tevredenheid en dan deden we even alsof Howie bij ons was.
Tijdens die twee weken vanzelfsprekend een paar keer gebeld hoe het met
het mannetje was en de berichtgeving was zeer wisselend. Het verslag
hieronder is gebaseerd op het dagboek dat Gerda trouw heeft bijgehouden
tijdens de logeerpartij.
Jacqueline en Peter brachten Howie naar Roermond.
In de auto achterin in de bench was hij heel zoet. Gezamenlijk buiten
geluncht, Howie direct aan zijn lijn gezien de ervaring van de vorige
keer toen hij binnen enkele
minuten in de vijver rondzwom. Daarna met hem naar het park. Howie
verschafte zich een extra lunch door her en der verspreide
konijnenkeutels te verorberen.
De zindelijkheidstraining was hem enigszins ontschoten, hij deed zijn
behoefte in de tuin, plaste reeds op het zijpad en wederom –na het
spelen- binnen op het tapijt.
Gerda had een hondeneigenaar verteld dat Howie een Golden Retriever
was.
De man was moeilijk te overtuigen (met reden) en toen zij aan de
telefoon het verhaal vertelde en hoorde dat Howie inderdaad een Labrador
(met een kwart Herder) was, grote hilariteit.
Er sneuvelde een lampje, Wies de hulp was niet gediend van Howies
avances en helemáál niet van het feit dat overal hondenharen door het
huis lagen.
Max, een bruine labrador, en Howie werden dikke vrienden en speelden
vrijwel dagelijks met elkaar. Daarbij sprongen de twee makkers in het
kwaad regelmatig in het water en er werd niet geluisterd naar roepen of
fluitjes.
Zelfs de belofte van lekkere tractaties deden Howie niet
luisteren.
Helaas werd Howie na een paar dagen ziek. Hij moest overgeven,
deponeerde een grote bolus op de convectorput, gevolgd door diarree die
in de put droop.
Hij moest veel overgeven, zelfs water bleef er niet in en hij kreunde
erbarmelijk. Gerda nam contact op met de noodlijn van het KNGF en kreeg
aanwijzingen, eerst geen eten en drinken geven en vervolgens kleine
hoeveelheden toedienen.
Zijn ziekte begon woensdag en zaterdag was hij weer zo goed als hersteld
maar toen hadden Gerda en Paul het ook helemaal even gehad,
begrijpelijk.
Daarna anecdotes genoeg:
Gerda wierp de sok met de bal daarin in een boom en de volgende dag
moest Paul met een stok de sok uit de boom halen.
Howie legde in de tuin de wortels van de boom bloot en groef gaten in
het gras.
Door overenthousiast spel van Howie en Paul had de laatste een pleister
nodig om de tandafdruk van Howie te bedekken.
Howie trok weer als een gek bij het zien van andere honden op het veld,
Gerda besloot niet los te laten en vervolgens lag zij op de grond midden
in een roedel honden.
Doordat Howie in het water sprong vergat Gerda het zakje met de drollen
en de volgende avond kwam Howie heel trots aangewandeld met zijn zakje
dat hij had gevonden.
Naarmate ze meer aan elkaar gewend raakten genoten
Gerda en Paul van zijn gekke fratsen. Ze vinden hem leuk én lief én
ondeugend én stout én mooi én aanhankelijk.
Zij gingen met Howie weer naar Abcoude en ’s avonds ging hij mee naar
een café-restaurant waar
hij onder de barkruk en daarna onder de tafel ging liggen, een goede
oefening.
De volgende dag kwamen wij weer thuis, het weerzien
was heerlijk voor ons allemaal. Paul verzuchtte dat het een opluchting
was om de verantwoordelijkheid weer over te dragen aan ons en Gerda
verzekerde ons dat een baby véél minder werk is dan een pup (?).
Toen Gerda en Paul in hun auto stapten ging Howie bij het hek dramatisch
staan piepen en hij keek ontzettend droevig, de slimmerd. Zij vergaten
prompt de zware dagen en herinnerden zich alleen nog het aandoenlijke
hondje dat zich in die korte tijd aan hen had gehecht.
Overigens is sinds deze logeerpartij het alleen
thuis kunnen blijven van Howie sterk verbeterd.
Bij Gerda en Paul is hij af en toe alleen geweest en daardoor is hij
niet meer zo paniekerig.
Bijna dagelijks ga ik even op mijn fiets een half uurtje
ertussenuit.
Hij is dan wel enigszins buiten adem als ik terugkom maar inmiddels stil
en hij wacht zelfs geduldig tot ik de deur van de bench opendoe.
Wordt vervolgd waarin Howie met de metro gaat,
traplopen oefent, het varkentje weer ziet en naar de dierenarts moet
voor een delicate kwestie.
terug naar pagina "index-Howie"