|
Howie
en ik zijn de hele dinsdag samen. Zijn dag bestaat uit eten, spelen,
slapen en zich ontlasten. Als hij voor de zoveelste keer een hap van de
stoelpoot neemt en ondanks het aanbieden van alternatieven zoals speeltouw
en kauwkluif de punt van de porseleinkast prefereert heb ik geen energie
meer om hem af te leiden. Juist op dat moment stort hij zich op mijn
voeten en valt prompt in een diepe slaap. Woensdag
is Bas ook thuis en kunnen we de zorg delen. Het slapen gaat redelijk tot
ongeveer zes uur. Wat gedraai en heel snel klettert de ochtendplas op de
kranten. We proberen te wennen aan het ritme van vier maaltijden per dag
en wandelingetjes na eten, spelen en slapen. Een
enkele keer wordt onze oplettendheid beloond maar het meeste komt in huis
terecht. Donderdag
brengen Howie en ik de dag weer samen door. Hij is afwisselend zeer jolig
of ligt uitgeteld aan mijn voeten. ‘sMiddags besluit ik dat we samen
voor het eerst verder dan deze straat gaan, de markt is ons doel. Het
is voor Howie iets te ver om te lopen en hij wil eigenlijk tot nu toe niet
verder dan het tuinhek, zelfs naar de goot moet hij af en toe gelokt
worden met een brokje. Ik
draag hem tot het postkantoor en daarvandaan loopt hij zelf parmantig over
de brug. Ja, het gaat goed. Ik word afgeleid door de buurvrouw die vanaf
de overkant iets roept en inmiddels bevuilt Howie de stoep met een –voor
een klein pupje- aanzienlijke hoeveelheid poep. Met
een rood hoofd –hij was toch nét geweest, in huis weliswaar- ruk ik de
rol toiletpapier tevoorschijn en zo goed en kwaad als het kan vis ik de
prut tussen de stenen vandaan. De volgende keer denken aan zonnebril,
grote hoed en een pruik. Niet
voor Howie, maar voor mij is de markt te ambitieus. Volgende week proberen
we het gewoon weer. Nadat ik
met hem weer de brug oversteek blijft hij stokstijf midden op de zebra
staan terwijl een rij auto’s staat te wachten. Ik werp een
verontschuldigende blik en til Howie op. Bas
komt thuis met de motor. Als verrassing zitten Howie en ik op de tuinbank,
meteen een goede oefening want de motor maakt een hels lawaai. Howie
verbleekt noch verbloost en Bas vindt ons aandoenlijk. Genoeg avontuur
voor vandaag. Door
Howie’s schattige uitstraling is hij doelwit van aaiofielen. “Mag
ik?”, vragen ze en terwijl ik nog mummel over KNGF en niet de bedoeling
storten zij zich op Howie onderwijl kreten slakend en hem dotje, apie of
beertje noemend. Misschien
is het een idee dat de KNGF de puppypleeggezinnen die daar behoefte aan
hebben een assertiviteitscursus aan te bieden. |