maandag 3 april 2000             

“Onze kennismaking” 

Om 13.00 uur kunnen we de pup ophalen. Ik weet tot op heden niet meer dan dat het een nest van tien puppies betreft waarvan de vader een Labrador is en de moeder ½ Labrador en ½ Herder. Er zijn zes blonde en vier zwarte pups. Enkele weken na hun geboorte krijgen de pups een heus assessment en bepaalt de medewerker van het KNGF welke pup het beste past bij welk pleeggezin. 
Als we op het terrein van de KNGF arriveren heb ik kriebels in mijn buik.  

Natuurlijk hebben vele mensen vóór ons dit ook ooit voor het eerst gedaan en een gevoel van onzekerheid, zullen we het wel goed doen, is eigenlijk heel normaal.

Wat me vooral zo aansprak bij de werving van het KNGF voor pleeggezinnen dat zij de nadruk leggen op motivatie en gezond verstand.  

Daarnaast hebben we een aantal weken geleden een keurige en prettig leesbare handleiding gekregen waar veel vragen worden beantwoord.

Een van de belangrijkste opvattingen is dat de pup alleen via positieve sturing dient te worden begeleid.

Het straffen van een jong hondje heeft nauwelijks zin dus als de pup iets ondeugends doet is het een kwestie van afleiden.

Een goede oefening voor geduld en begrip. Niet proberen om het hondje te vermenselijken maar om te proberen vanuit het hondse te denken.

Een echte uitdaging.  

Eerst worden nog wat zakelijke dingen uitgelegd, men heeft gelegenheid om vragen te stellen en vervolgens krijgen we een rondleiding.

Toen we het gebouw in Amstelveen betraden waren twee slechtzienden met hun hond aan het oefenen. Zij verblijven drie weken lang van maandag tot en met vrijdag op het terrein om samen met de hond te wennen en te oefenen. Ik denk: dát is het uiteindelijke doel en ben even ontroerd.

Een demonstratie van een “vers” opgeleide jonge hond laat zien hoe fantastisch mens en dier kunnen samenwerken.

Daarna volgt de uitreiking van de pups. De mevrouw die de fokteef in huis heeft en hier afscheid neemt van haar tien rakkers heeft voor elke pup een klein papieren zakje gemaakt met zijn/haar naam erop en een speeltje en wat traktaties. Heel attent en waar haalt ze de tijd vandaan met dit levendige roedeltje.

De medewerkster roept: “en dit is Howie” en ik krijg een geelwit bol pupje in mijn armen gelegd en dat is hem dan.

Er worden foto’s genomen en dan wil iedereen snel naar huis. 

Op zijn eerste dag in zijn nieuwe huis krijgt Howie bezoek en toont zich op zijn best.

De mensen van de KNGF gaven aan dat het verstandig was om de pup de eerste nachten mee te nemen naar de slaapkamer omdat hij anders overstuur zou kunnen raken wanneer hij alleen de nacht zou moeten doorbrengen. Ik schrik daar wel even van, het stond inderdaad genoemd in de handleiding maar pas in tweede instantie als het mis zou gaan.

De bijkeuken is “geprepareerd”, zeiltje over het parket en dergelijke maar nu is ineens de slaapkamer ook het terrein van de pup en daar had ik niet op gerekend.

Ik voel dit als over mijn grens gaan en ben nerveus maar het belang van de pup staat voorop dus ik probeer me eroverheen te zetten wat niet meevalt.

Avond: na wat gepiep en gejammer bedaart hij enigszins. We hebben om de mand een hekje van tuingaas geïmproviseerd zodat hij niet op het bed kan komen.

Een onrustige nacht, met z’n drieën in een klein kamertje is niet alles.

Om half zes meldt hij zich als definitief wakker dus meteen maar naar buiten.

Dáár doet hij niets, hij wacht tot hij weer heerlijk binnen is en produceert vaste en vloeibare uitwerpselen her en der.

dit is dus de werkelijkheid van het leven met een pup, hopelijk duurt deze periode niet te lang.

De gedachte aan het einddoel houdt me nog op de been maar ik ben uit evenwicht.

Overigens is Howie een schatje en hij kan het niet hel- pen dat hij bij een goedwillende amateur is geplaatst

terug naar pagina "index-Howie"